Verheldering en versterking van de positie van alle procesdeelnemers

Slachtoffers en nabestaanden: betere regeling

Een belangrijk uitgangspunt in het Wetboek van Strafvordering, nu en straks,  is dat de opsporing van strafbare feiten gebeurt op een manier die recht doet aan de belangen van het slachtoffer.

Dit uitgangspunt komt op een aantal manieren terug in het gemoderniseerde wetboek. Het gemoderniseerde wetboek voorziet bijvoorbeeld in een duidelijker regeling voor slachtoffers die aangifte hebben gedaan en willen klagen als politie en justitie besluiten geen onderzoek in te stellen. In plaats van het bestaande artikel 12 Wetboek van Strafvordering - slachtoffers kunnen bij het gerechtshof een klacht indienen als het Openbaar Ministerie besluit iemand niet te vervolgen - komt het nieuwe artikel 3.2.1: slachtoffers kunnen een klacht indienen als het OM besluit niet te vervolgen, maar ook als politie en OM niet opsporen. De mogelijkheid om beklag in te dienen tegen niet opsporen staat nu niet expliciet in de wet.

Ook komt er een betere regeling voor slachtoffers die willen kennisnemen van het strafdossier: nu nog geldt dat het slachtoffer kennis mag nemen van stukken die voor hem/haar van belang zijn. In de gemoderniseerde wet vervalt de term 'van belang': het slachtoffer hoeft een verzoek om kennis te nemen van de stukken dus niet te onderbouwen en het kan slachtoffers ook niet worden geweigerd om kennis te nemen van stukken wegens gebrek aan belang. Ook krijgen slachtoffers in de toekomstige praktijk meer mogelijkheden om bezwaarschriften in te dienen tegen beslissingen van de officier van justitie, bijvoorbeeld als die besluit om processtukken die door het slachtoffer zijn ingediend niet bij het strafdossier te voegen.

Verdediging: sneller duidelijkheid

In het gemoderniseerde wetboek wordt de positie van de verdediging op punten verbeterd. De officier van justitie moet bijvoorbeeld uiterlijk drie maanden nadat de gevangenhouding van een verdachte is bevolen de verdachte en de rechter-commissaris informeren over de stand van het onderzoek. Zo krijgt de verdachte de kans om zijn verdediging beter voor te bereiden.

Nieuw is ook dat de (advocaat van de) verdachte kan vragen om de onderzoeksopdracht van de officier van justitie aan een deskundige  aan te passen. In het algemeen geldt dat de verdediging in een vroeg stadium van een strafrechtelijk onderzoek meer handvatten krijgt om invloed uit te oefenen op het onderzoek door deskundigen.

Personen die verdacht zijn geweest van een misdrijf en zich benadeeld voelen door optreden van de politie, kunnen voortaan terecht bij één loket om schadevergoeding te vorderen.