Een zorgvuldige strafrechtspleging met een gedegen rechtsbescherming voor ieder

Nu in de wet: proportionaliteit en subsidiariteit

Met de nieuwe en uitgebreide mogelijkheden voor (digitale) opsporing en vervolging komt het gemoderniseerde wetboek ook met waarborgen voor de juiste toepassing ervan. Zeker bij de nieuwe mogelijkheden voor digitale opsporing is gekeken naar de impact die deze kunnen hebben op de privacy; burgers hebben immers recht op bescherming van hun gegevens.

In de afweging moet steeds worden gekeken naar nut, noodzaak en effectiviteit van het gebruiken van opsporingsbevoegdheden. De ernst van het strafbare feit is van belang: OM en politie mogen bepaalde bevoegdheden alleen toepassen bij strafbare feiten van een bepaalde zwaarte. En naarmate het om zwaardere opsporingsmiddelen gaat, is het een hogere autoriteit die beslist of de politie die mag gebruiken. Die uitgangspunten gelden onverminderd, ook voor de nieuwe opsporingsbevoegdheden in het gemoderniseerde wetboek.

Politie, opsporingsdiensten en het OM mogen opsporingsbevoegdheden alleen toepassen als die in redelijke verhouding staan tot het beoogde doel (proportionaliteit) en als het doel niet op een andere, minder ingrijpende manier kan worden bereikt (subsidiariteit). In het gemoderniseerde wetboek worden deze algemene rechtsbeginselen van proportionaliteit en subsidiariteit duidelijk benoemd en expliciet geborgd; in het bestaande wetboek is dat niet het geval.

Ook voor nieuwe opsporingsbevoegdheden is op die manier gewaarborgd dat in een strafrechtelijk onderzoek alleen een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer wordt gemaakt als dat noodzakelijk en gerechtvaardigd is.