Hoe kunnen we jeugdstrafzaken niet alleen sneller, maar ook beter behandelen? Hieraan werken ketenpartners in Noord-Holland binnen het Programma Jeugdketen op het Juiste Pad met verschillende initiatieven. Het doel is simpel: bijdragen aan een effectieve jeugdstrafrechtketen om uiteindelijk te zorgen dat jongeren niet terugkomen in het strafrecht.
 

Pauline Moeijes (tweede van rechts) samen met collega's bij de leidende principes

Dit artikel is het eerste deel van een drieluik over het programma Jeugdketen op het Juiste Pad.

Waarom doen we wat we doen?

Jeugdketen op het Juiste Pad werkt in opdracht van de gehele jeugdketen in Noord-Holland: van de politie (Eenheid Noord-Holland), het Openbaar Ministerie (Parket Noord-Holland) en de Rechtspraak (Rechtbank Noord-Holland) tot de Raad voor de Kinderbescherming, Halt en de jeugdreclassering en andere ketenpartners. Om recidive te voorkomen, hebben de ketenpartners meerdere knoppen geïdentificeerd om aan te draaien. Denk aan het terugdringen van doorlooptijden en voorraden, het meenemen van het perspectief van jongeren en het vergroten van de ketensamenwerking en -verantwoordelijkheid. Hoe kunnen we aan deze knoppen draaien om zo effectief mogelijk te zijn als strafrechtsysteem? 
 

Pauline Moeijes

Met het programma werkt de jeugdstrafrechtketen in Noord-Holland aan het structureel verbeteren van die keten, vertelt ketencoördinator Pauline Moeijes. “Om dat te kunnen doen, moeten we terug naar de bedoeling: waarom doen we wat we doen? Die maatschappelijke opgave is ons vertrekpunt om initiatieven te starten. Doorlooptijdverkorting is daarin een belangrijk middel, maar geen doel op zichzelf.” 
 

Wat is er nodig?

Bij de startbijeenkomst van het programma gingen de ketenpartners daarom terug naar de vraag: wat is er nodig om de jeugdstrafrechtketen als geheel effectiever te maken? Daaruit kwamen vijf leidende principes voort: 

  • Luister naar degene om wie het gaat: Zet degene om wie het gaat (de afnemer) meer centraal. Dit is in de eerste plaats de jongere, maar afhankelijk van het vraagstuk kunnen dat ook slachtoffers, professionals of andere betrokkenen zijn.
  • Kijk vanuit het belang van de keten: Samenwerken is essentieel. Dat betekent ook dat het ketenbelang soms boven het belang van één afzonderlijke organisatie moet staan. Processen moeten daarom niet alleen logisch zijn voor één organisatie, maar voor het geheel. 
  • Zoek naar de meest effectieve afdoening: Dit gaat over hoe snel een zaak door de keten gaat en waar hij uitstroomt, maar ook over de vraag of een zaak wel strafrechtelijk moet worden opgepakt, of dat buitenstrafrechtelijke interventies passender zijn.
  • Haal andere kennis naar binnen: De strafrechtketen kan niet ieder probleem zelf oplossen. Een vraag over doorlooptijden is bijvoorbeeld óók een logistiek vraagstuk. Daarom kijkt het programma bewust naar kennis en expertise van buiten de keten. 
  • Neem eigenaarschap voor het hele proces: Van bestuurders én professionals vraagt de aanpak dat zij verder kijken dan hun eigen stap in het proces. Professionals moeten zich eigenaar voelen van het geheel en beseffen wat hun eigen handelen betekent voor de stappen ervoor en erna.
     

Hoe komen we tot een meer passende interventie?

Vanuit deze principes werken ketenpartners aan concrete initiatieven. Een voorbeeld is het Jeugdoverleg+: een uitgebreide vorm van het bestaande jeugdoverleg, waarin jeugd-VVC-zaken worden besproken. Eerder was dit een overleg tussen het OM, Halt en de Raad voor de Kinderbescherming. In de nieuwe vorm schuiven ook de politie, Slachtofferhulp Nederland en Veilig Thuis aan. Gezamenlijk adviseren zij het OM, dat uiteindelijk een afdoeningsbeslissing neemt en daarmee de richting van een jeugdstrafzaak bepaalt. 

Tom Bersee

Het doel is om de kwaliteit van die beslissing en het besluitvormingsproces te verbeteren, door het perspectief en de kennis van verschillende ketenpartners bij elkaar te brengen en ruimte te maken voor discussie, voordat het OM beslist. Zo kan het OM tot een passende interventie voor de jongere komen. Tom Bersee, coördinator jeugd bij politie Noord-Holland, illustreert dit met een fictieve zaak: “De partners brengen ieder vanuit hun eigen werk informatie over de jongere in als die er is. Veilig Thuis kent bijvoorbeeld de problemen die bij een jongere in het gezin spelen, Slachtofferhulp weet welke schade vergoed moet worden en Halt kan vertellen hoe een eerdere interventie is verlopen. De politie uit het basisteam kan daar kennis van de straat en mogelijke betrokkenheid bij criminaliteit aan toevoegen.” 

"“Er is veel meer begrip tussen de ketenpartners voor elkaars werk- en denkwijze.”"

Door deze informatie samen te brengen, kunnen ook zorgen of omstandigheden naar voren komen die bij het eerdere overleg buiten beeld bleven. Het OM krijgt hiermee een vollediger beeld van de jongere en kan zo een afdoeningsbeslissing nemen die past bij zowel het strafbare feit als de omstandigheden van de jongere. Die extra informatie maakt soms concreet verschil: in 19 van de 116 geëvalueerde zaken leidde aanvullende context tot een andere afdoeningsbeslissing. Tom noemt daarnaast nog een voordeel van deze overlegvorm: “Het maakt de afstand tussen de mensen in het veld, het OM en de andere ketenpartners kleiner. Dat maakt dat er veel meer begrip is tussen de ketenpartners voor elkaars werk- en denkwijze. Ik zie het als een versterking van de keten.” 

Hoe nu verder?

Dit jaar experimenteerden de ketenpartners een halfjaar met het Jeugdoverleg+. Het overleg vond drie keer per week plaats, verdeeld over de verschillende districten in Noord-Holland. Na een positieve evaluatie vormt het overleg nu een vast onderdeel van de werkwijze in de regio. De komende periode gaat aandacht naar onder meer hoe zij het overleg efficiënter kunnen inrichten en of het perspectief van andere partners nieuwe informatie kan geven. Tom benadrukt dat de ketencoördinator een belangrijke rol heeft gespeeld in het laten slagen van het Jeugdoverleg+. “Het vraagt veel inzet om de samenwerking tussen organisaties met elk hun eigen procedures, richtlijnen en randvoorwaarden tot stand te brengen. Pauline heeft die verbinding goed weten te leggen.” 
 

Wat maakt de Ketenmonitor Jeugd zichtbaar?

Een ander initiatief is de implementatie van de Ketenmonitor Jeugd. Deze monitor is landelijk ontwikkeld door de directie Strafrechtketen en het Ketendatateam, en aan elke regio verstrekt. Zo kan iedere regio gegevens over jeugdzaken van de politie, het OM en de rechtbank volgens hetzelfde format vastleggen en monitoren. Ruben Binnendijk, businessanalist bij het OM, gebruikt die gegevens om te volgen hoe onder meer doorlooptijden, voorraden en afdoeningen zich ontwikkelen. Hierdoor ontstaat beter zicht op ontwikkelingen in de gehele keten én op de plekken waar vertraging of druk ontstaat. Doordat gegevens van verschillende ketenpartners naast elkaar staan, wordt bovendien zichtbaar hoe een ontwikkeling bij de ene organisatie kan doorwerken bij de volgende. Zo helpt de monitor om trends en knelpunten eerder te herkennen en de keten als geheel te analyseren.

Ruben Binnendijk

Bij het OM daalde bijvoorbeeld het aantal jeugdzaken dat nog beoordeeld moest worden volgens Ruben van ongeveer 200 naar 40 à 50. “Daar zie je een duidelijke verandering in”, zegt hij. Daardoor schuiven meer zaken door naar een volgende fase en moeten ze op zitting worden gepland. Die verschuiving kan verderop in de keten voor extra druk zorgen. OM en rechtbank hebben afspraken gemaakt over extra jeugdzittingen, waardoor dit tot nu toe goed kan worden opgevangen. Veel jeugdzaken hebben inmiddels al een zittingsdatum.

Een paar keer per jaar bekijken politie, OM en rechtbank de uitkomsten van de monitor gezamenlijk en bespreken ze welke ontwikkelingen opvallen en waar actie nodig is. Volgens Ruben ligt daar ook de volgende stap: niet alleen weten wat er bij iedere organisatie gebeurt, maar samen bepalen wat de keten met die inzichten kan doen. “Ik ben benieuwd wat anderen opvalt en wat we daarmee gezamenlijk nog kunnen doen.”

Hoe maken we verbeteringen blijvend?

Het Jeugdoverleg+ en de Ketenmonitor Jeugd laten zien dat Jeugdketen op het Juiste Pad op verschillende manieren aan verbetering werkt, soms al met concrete resultaten. Tegelijkertijd zit daar volgens Pauline een belangrijke uitdaging: er is druk om op zoveel mogelijk vlakken te verbeteren, terwijl er voor structurele verbeteringen blijvend tijd en aandacht nodig is. “Het is supermooi dat een Jeugdoverleg+ tijdens het experiment zo goed is verlopen en dat de voorraden bij het OM nu zo zakken”, zegt Pauline, “maar het is belangrijk dat we deze initiatieven blijvend aandacht geven. Het zijn geen snelle oplossingen waar we even in moeten investeren. Als de aandacht na een succes meteen doorschuift naar het volgende probleem, vrees ik dat we terugvallen in de oude manier van werken.” 

Daarnaast moet volgens haar ook aan de onderliggende manier van samenwerken worden gewerkt. Pauline: “Wat vraagt het van een leider om zowel voor je eigen organisatiebelangen te staan als voor die van de keten? En wat doe je als die belangen botsen? Dat zijn spannende vragen waar we nog weinig tijd voor maken.” Tegelijkertijd zijn het juist die vragen die nodig zijn om verbeteringen structureel te maken. Daarom krijgen ook die vragen een plek in het programma en blijven de ketenpartners via verschillende invalshoeken werken aan een snellere en betere behandeling van jeugdzaken. Steeds met dezelfde vraag voor ogen: wat is uiteindelijk het beste voor de jongere? 

Ook op landelijk niveau wordt er gewerkt aan een gezamenlijke aanpak op jeugdstrafzaken. Meer hierover lees je op de pagina over het verkorten van de doorlooptijden van jeugdzaken.