De Eerste Kamer heeft dinsdag 24 februari ingestemd met een nieuw Wetboek van Strafvordering dat het strafprocesrecht moderniseert.

Kamerleden stemmen in door te gaan staan.

De fracties van GroenLinks-PvdA, Volt, ChristenUnie, CDA, SGP, D66, SP, PvdD, VVD, PVV, JA21, BBB, Fractie-Van de Sanden, Fractie-Visseren-Hamakers, 50PLUS, Fractie-Beukering en Fractie-Walenkamp stemden voor de twee wetsvoorstellen die de basis vormen van het nieuw Wetboek van Strafvordering. De FVD-fractie stemde tegen, de fractie van OPNL was afwezig.

Tijdens het debat van de Eerste Kamer op 10 februari werden demissionair minister Van Oosten en staatssecretaris Rutte bijgestaan door regeringscommissaris Geert Knigge. De Kamerleden waren van mening dat het goed was dat het wetboek wordt gemoderniseerd. Het is bijvoorbeeld de bedoeling dat met de zogeheten 'beweging naar voren' strafzaken efficiënter en beter voorbereid bij de zittingsrechter komen. Het doel daarvan is dat de doorlooptijden van strafprocessen korter worden. Wel waren er zorgen, zoals over de digitalisering die tegelijk met het nieuwe Wetboek moet worden ingevoerd. De bedoeling is dat het nieuwe Wetboek van Strafvordering op 1 april 2029 in werking treedt. Sommige Kamerleden waarschuwden ervoor dat als de nieuwe ICT-systemen van onder andere het Openbaar Ministerie dan nog niet goed (genoeg) werken, de invoering van het nieuwe wetboek zou moeten worden uitgesteld.

[Ingekort bericht, bron: Eerste Kamer]