Aanpak van huiselijk geweld: over een combinatie van straf en zorg

Bloed aan de muur. Hoe heftig een huiselijk-geweldzaak in eerste instantie ook lijkt, soms blijkt na onderzoek dat zorg en ondersteuning zinvoller zijn dan straf. Een landelijke werkgroep buigt zich daarom over een gezamenlijke aanpak van huiselijk geweld door Veilig Thuis en ZSM-partners. Doel: overlap voorkomen en strafrecht en zorg elkaar laten versterken. In Maastricht kent men de voordelen al.

  • Twan Sommers, manager SVG-reclassering Mondriaan
  • Frans Pelzer, lid Werkgroep Gezamenlijk aanpak Huiselijk Geweld VT & ZSM en teamchef politie ZSM Limburg
  • Bas Peeters, lid werkgroep Gezamenlijk aanpak Huiselijk Geweld VT & ZSM en maatschappelijk werker Veilig Thuis Noord- en Midden Limburg

Dagelijks zijn er in Limburg zo’n twee meldingen van huiselijk geweld waarbij er sprake is van strafbare feiten. ZSM-partners (politie, OM, reclasseringsorganisaties 3RO, Slachtofferhulp, Bureau Halt, Raad voor de Kinderbescherming en in Limburg ook Jeugdreclassering van Bureau Jeugdzorg) werken in deze provincie samen met Veilig Thuis om duiding te geven aan wat er gebeurd is. Zodra een verdachte op de monitor verschijnt, gaan de partijen met elkaar in gesprek. In welke omstandigheden vond het huiselijk geweld plaats? “Veilig Thuis voert een veiligheidsbeoordeling uit. Is het een eenmalige gebeurtenis of is het geweld van structurele aard?”, vertelt Bas Peeters, maatschappelijk werker Veilig Thuis Noord- en Midden Limburg. Vervolgens gaan de partijen met elkaar om tafel. Twan Sommers, manager SVG-reclassering Mondriaan schetst welke vragen ze elkaar dan stellen. “Hoe kijk jij ertegenaan vanuit jouw perspectief? Wat denk jij dat de oplossing moet zijn?” Uiteindelijk komen ze met een gezamenlijk plan om de veiligheid te borgen. Het grote voordeel: namen en contactgegevens van betrokken uitvoerders zetten ze daar meteen in, evenals de afspraken. Met dit plan onder de arm kan Peeters zijn collega’s een duidelijke opdracht geven: “Dit zijn alle contactpersonen die bij deze casus horen. Binnen twee weken mag je bij die reclasseringsmedewerker de voortgang rapporteren.” “Kortom: deze werkwijze is snel en doelmatig”, concludeert Frans Pelzer, teamchef politie ZSM Limburg. Pelzer: “Alles wat wij doen binnen ZSM gebeurt op basis van commitment, wederzijds vertrouwen en respect. Niemand is de baas over het proces, we doen het met zijn allen.” Inmiddels werken de ZSM-partners en Veilig Thuis ruim een jaar samen. Wat kunnen we leren van de aanpak in Limburg?

Lessen uit Limburg

Begin gewoon

“We spraken al jaren met elkaar over hoe we huiselijk geweld het best kunnen aanpakken, maar op een gegeven moment moet je gewoon starten met samenwerken”, vertelt Sommers. “Je kunt niet alles inkaderen. Begin gewoon en stuur al doende bij. Het is wel goed om volgens processen te werken, maar protocolleer niet alles. Het is belangrijk om de ruimte te hebben om met elkaar te ontdekken.”

Zorg voor vaste gezichten aan tafel

Nog een tip: probeer steeds om tafel te gaan met dezelfde gezichten. “Pas als samenwerkingspartners een paar keer hebben gehoord hoe ik vanuit mijn vakgebied naar een casus kijk, begrijpen ze mijn benadering vanuit Veilig Thuis”, vertelt Peeters. “Als je elkaar leert kennen, ben je tot veel meer bereid”, vult Pelzer aan. “Vertrouwen moet je bouwen. Besef dat het in kleine stapjes gaat”, voegt Sommers toe. “Maar is het vertrouwen eenmaal daar, dan heb je sneller toegang tot elkaars registers – met oog voor de privacy-spelregels. Je hebt er dan vertrouwen in dat mensen integer omgaan met jouw informatie.”

Heb oog voor elkaars standpunt

“In de dynamiek van huiselijk geweld kun je niet echt praten over een dader en een slachtoffer. Juridisch gezien wel, maar systemisch gezien niet. Het kan zomaar zijn dat het slachtoffer een enorme aanjager is van huiselijk geweld”, vertelt Peeters. “Veilig Thuis kijkt vanuit plegerschap naar een persoon, de strafrechtketen bekijkt iemand vanuit daderschap. Om een zinvolle en betekenisvolle afdoening te vinden, benaderen we dit systeem - de kern van de problematiek van het huiselijk geweld – met elkaar. Ieder vanuit zijn eigen positie in de strafrechtketen.”

Heb begrip voor elkaars belangen

In de samenwerking stuiten de partners op verschillende organisatiebelangen. Pelzers ervaring is dat je verschillende organisatievisies wel bij elkaar kunt brengen, zolang je het gesprek maar blijft voeren. Peeters merkt soms dat het ZSM-proces te snel is voor sommige huiselijk-geweldzaken. “Veilig Thuis zou dan meer tijd en ruimte willen om het systeem in beeld te brengen om de problematiek beter aan te pakken en bij te dragen aan een goed strafadvies.”

Spreek elkaars taal

“Iedereen is expert in zijn eigen vakgebied, maar je moet ook de taal van de ander leren spreken”, merkt Peeters, die eerder in de jeugdbescherming werkte. Pelzer: “Het is belangrijk dat we allemaal hetzelfde beeld hebben bij een term. Een term heeft in elke organisatie een bepaalde uitleg of betekenis.” Sommers denkt bijvoorbeeld aan het begrip “herstel”. “Binnen de zorg heeft herstel een andere betekenis dan binnen het veiligheidsdomein. Waar je het in de zorg hebt over gezondheid, betekent het in het veiligheidsdomein het herstellen van de veiligheid.”

Laat het schuren

Sommers: “Reclassering is de enige dadergeoriënteerde organisatie, terwijl iemand nog altijd een verdachte is op het moment dat een zaak binnenkomt bij ZSM. Vanuit de reclassering schatten we de risico’s in en onderzoeken we de haalbaarheid van interventies. We adviseren het OM  over de voorwaarden van de afdoening. Het advies, de uitvoering van interventies en de voorwaarden moeten haalbaar zijn, anders heeft het geen toegevoegde waarde. Soms levert een verschil van mening daarover wrijving op tussen professionals. Dat is niet erg. De vraag is: hoe ga je daarmee om? Als je elkaar weet te vinden, kun je dat bespreken.” Peeters knikt. Veilig Thuis heeft geen ‘ronde zaak’ nodig. “Het feit dat een thuissituatie onveilig was, hoeft voor ons niet bewijsbaar te zijn. Ook al wordt de aangehouden verdachte niet vervolgd, we gaan ermee aan de slag.”

Evalueer zaken die niet goed gaan

“Als iets niet helemaal goed gaat in een casus, dan moeten we elkaar opzoeken en daarvan leren”, zegt Peeters. “Op die manier kunnen we fouten in de toekomst voor zijn. In het begin was er wat angst: wat betekent dit voor mijn werkveld?” Kortom: laat het algemene belang prevaleren. “En neem verantwoordelijkheid”, voegt Pelzer daaraan toe.

Leer van elkaar

In Limburg worden er twee keer per jaar themabijeenkomsten georganiseerd. Zo waren er ook bijeenkomsten over de samenwerking tussen Veilig Thuis en de ZSM-partners. Pelzer: “Zo leer je elkaar kennen op tactisch niveau en op medewerkersniveau. Kennisdeling is op alle niveaus belangrijk.”

Houd het gezamenlijk belang voor ogen

“We hebben een gezamenlijke taak: door een zinvolle en betekenisvolle afdoening bijdragen aan veiligheid in de thuissituatie van gezinnen”, resumeert Pelzer. “Om dat te bereiken moeten we denken vanuit mogelijkheden.” Sommers knikt. “Samenwerken betekent soms ook dat je bestaande werkwijzen durft los te laten.”

Gezamenlijke aanpak huiselijk geweld door straf en zorg

Het Openbaar Ministerie, politie, Veilig Thuis (VT), Raad voor de Kinderbescherming en de drie reclasseringsorganisaties (3RO) hebben deels gelijke wettelijke opdrachten in zaken met huiselijk geweld en kindermishandeling: ze onderzoeken wat er is gebeurd en besluiten welke interventie er nodig is. Om overlap te voorkomen moet er afstemming plaatsvinden tussen de strafrechtketen en Veilig Thuis. Daarnaast is het van belang dat bij huiselijke geweld de lopende hulpverleningstrajecten als dat nodig is versterkt worden met strafrechtelijke maatregelen.

Het landelijk bestuur van ZSM, de VVE ZSM en het landelijk directienetwerk Veilig Thuis hebben daarom een werkgroep de opdracht gegeven hen te adviseren over een gezamenlijke aanpak. Deze werkgroep bestaat uit ZSM en VT-medewerkers, waaronder Bas Peeters en Frans Pelzer. De werkgroep werkt nauw samen met het Netwerk Straf/Zorg Huiselijk Geweld en Kindermishandeling. Inmiddels is er een generiek werkproces uitgewerkt voor ZSM en VT, dat draagvlak heeft binnen alle betrokken organisaties en besturen. De randvoorwaarden en de impact van deze gezamenlijk aanpak worden nu in kaart gebracht, zodat de landelijke bestuurders een besluit kunnen nemen over de landelijke invoering. De verwachting is dat VT en ZSM  in 2020 stapsgewijs aan de slag gaan met de gezamenlijke aanpak van huiselijke geweld, waarbij sprake is van strafbare feiten.