Vanuit de grote maatschappelijke aandacht voor seksueel grensoverschrijdend gedrag, het toenemende aantal meldingen en aangiftes bij de politie en de lange doorlooptijden bij zedenzaken ontstond in 2022 het Actieplan versterken ketenaanpak zedenzaken. Na ruim drie jaar is dit plan ten einde gekomen. Welke resultaten heeft het actieplan geboekt? Hoe worden deze resultaten geborgd? Hoe verliep de samenwerking tussen de ketenpartners? En hoe wordt deze samenwerking voortgezet?
Linda Dubbelman
Linda Dubbelman werkt al heel lang als officier van justitie bij het Openbaar Ministerie (OM). Ze kent de strafrechtketen als haar eigen broekzak. ‘Voor mij is het een gegeven dat we altijd te maken hebben met schaarste en dat samenwerking in de keten veel sturing en afstemming vereist. Het grote pluspunt van het actieplan heeft gezeten in de prioriteit die alle ketenpartners aan zeden hebben toegekend. Samen hebben we geanalyseerd waar zich problemen voordoen, hoe we beter kunnen samenwerken en welke afspraken we met elkaar maken. Met de samenwerking tussen politie en OM hebben we de grootste slag geslagen. Samen hebben we bekeken welke meldingen we op ons bordje kregen en hoe we ervoor konden zorgen dat de meest urgente meldingen prioriteit zouden krijgen.’
Doorlooptijden verkort
Volgens Gerben Cabboort, bij de politie adviseur Landelijk Expertiseteam Seksuele Misdrijven, zijn de doorlooptijden - vanaf de melding of aangifte tot en met een rechterlijke uitspraak - ten opzichte van een paar jaar geleden dankzij de samenwerking enorm verkort. ‘We zijn elkaar veel beter gaan kennen en weten elkaar nu sneller te vinden. Dit heeft ook tot een tastbaar resultaat geleid: het Praktijkboek grootschalige (online) zedenzaken, waarin praktijkkennis wordt gebundeld en waarvoor verschillende partners in 2025 en 2026 intensief met elkaar hebben samengewerkt. Het boek biedt professionals handvatten voor de aanpak van grootschalig seksueel misbruik en voor de ondersteuning en nazorg aan getroffenen.’
Alternatieven
Linda bevestigt dat de ketenpartners elkaar beter hebben leren kennen. ‘Maar de echte verandering zit ’m erin dat politie en OM nu gezamenlijk wegen op basis van het met elkaar ontwikkelde sturingsmodel: politie en Officier van Justitie wegen samen impact, opsporingsindicatie en eventueel andere mogelijkheden. Zo verkennen we alternatieven voor het strafrecht die recht kunnen doen aan meldingen en die veilig genoeg zijn. Daarbij kun je denken aan herstelbemiddeling, mediation of slachtofferhulp. Het zijn precaire afwegingen, omdat de meldingen immers strafbare feiten betreffen.’
Gerben Cabboort
Wet seksuele misdrijven
Monique Commelin, voorzitter van het Bestuurlijk Ketenberaad (BKB) en directeur-generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving bij het ministerie van Justitie en Veiligheid, merkt op dat de instroom ook is toegenomen door de nieuwe Wet seksuele misdrijven. ‘Hierdoor kunnen slachtoffers in meer gevallen aangifte doen van aanranding of verkrachting. Desondanks zijn de doorlooptijden verbeterd en de voorraden verminderd, en is het aantal uitspraken van de rechtspraak fors gestegen.’
Betekenisvolle interventies
Het verbeteren van de doorlooptijden wordt gekoppeld aan zogenoemde betekenisvolle interventies. Aart-Jan den Besten, beleidsadviseur bij de directie Strafrechtketen en coördinator van het actieplan: ‘Daarbij gaat het niet uitsluitend om het straffen, maar ook om het confronteren van de dader met de gevolgen van een delict, het bieden van herstel aan slachtoffer (en dader) en het voorkomen van recidive. Een belangrijke rol is hierbij weggelegd voor de slachtoffercoördinator bij het OM, het vaste aanspreekpunt bij ernstige misdrijven, die het slachtoffer gedurende het strafproces begeleidt. Denk aan de informatiebehoefte van het slachtoffer over de voorgang van het onderzoek, de datum van de zitting, de beslissingen van het OM of praktische begeleiding van het slachtoffer tijdens zittingsdagen.’
Coördinatie, sturing, prioritering en bewustwording
In hoeverre heeft nu juist het actieplan bijgedragen aan deze resultaten? En waarom zou het als organisatie alleen niet lukken om de doorlooptijden te verbeteren? ‘Je kunt alleen maar impact maken als je op dezelfde manier dezelfde zaken met dezelfde prioriteit doet’, denkt Aart-Jan. ‘Zo’n actieplan kan daarvoor zorgen.’ Linda bevestigt: ‘Er is doorlopende coördinatie en sturing nodig. Dankzij het actieplan wegen we bovendien gezamenlijk af aan welke zaakstromen we prioriteit willen geven.’ Gerben voegt daar nog een interessant aspect aan toe: ‘Doordat iedereen fysiek met elkaar aan tafel zit, wordt men zich er beter van bewust hoeveel meldingen en aangiftes er zijn gedaan en wat die betekenen voor de werkstroom. Dankzij deze bewustwording en een bredere blik op de hele keten hebben we ook in kwalitatieve zin een grote stap kunnen zetten. Daarbij denk ik bijvoorbeeld aan betere rechtsbescherming en meer slachtoffergerichtheid.’
Monique Commelin
Warme overdracht
Niettemin vraagt Monique zich af of de verschillende manieren waarop de afzonderlijke organisaties worden gestuurd geen obstakel voor coördinatie hebben gevormd. Linda: ‘Het actieplan heeft onze interne sturing geïntensiveerd en onze werkwijze veranderd. Bij aanvang van het plan werden er duidelijk prioriteiten gesteld, zodat er meer doorzettingsmacht kwam voor de portefeuille zeden. En hoewel we bij het OM geneigd zijn ons te richten op de zedenofficieren, zijn we daarnaast teamleiders gaan betrekken. Zij zijn immers onmisbaar voor het sturen op capaciteit. Daarnaast hebben we de administratieve, logistieke en secretariële ondersteuning geborgd.’ Gerben sluit zich daarbij aan bij: ‘Drukten we vroeger bij wijze van spreken op een systeemknop waardoor een zedendossier bij het OM belandde, nu zit er een slachtoffercoördinator tussen. Daardoor kunnen we een warme overdracht doen. En dat vind ik belangrijk. Een zedenzaak is immers veel meer dan wat er op papier staat. Beleving, gevoelens en verhalen spelen ook een grote rol.’
Landelijke zedenmonitor
Nu het actieplan ten einde is gekomen is het belangrijk de resultaten vast te houden en de verbeteringen structureel in de strafrechtketen te borgen. ‘Het actieplan heeft een landelijke zedenmonitor opgeleverd’, aldus Aart-Jan. ‘Daarmee volgen we de voortgang, prestaties en knelpunten in de aanpak van zedenzaken bij alle ketenpartners en wordt de doorstroming structureel in beeld gebracht. Deze monitor verschijnt tweemaal per jaar. Aan de monitor is de ketenexpertgroep van het actieplan gekoppeld, die kan reageren op veranderende resultaten. Deze groep blijft dus bestaan, waarmee de samenwerking dus feitelijk structureel wordt voortgezet. Daarnaast hebben de afzonderlijke organisaties hun eigen verbeterplannen. Zo heeft de Directie Strafrechtketen voor de Rechtspraak onlangs een onderzoek naar de doorlooptijden - van eerste zitting naar eindvonnis – opgeleverd. Met dit onderzoek is de Rechtspraak nu bezig die doorlooptijden te verbeteren. Ook zijn er ketencoördinatoren, die in de regio’s werken aan verbeteringen.’
Vinger aan de pols houden
Wat zijn de ambities voor de komende jaren? ‘Het actieplan is weliswaar afgerond, maar het BKB bestaat nog’, zegt Monique. ‘Onlangs hebben we aangegeven dat we de prioriteit op zedenzaken willen vasthouden. Ook de ketenexpertgroep blijft bij elkaar komen, zoals Aart-Jan al opmerkte. Toch blijft het de vraag of deze borging voldoende is om te voorkomen dat we terugveren in oude reflexen. We moeten ons hoe dan ook continu blijven afvragen of we de juiste aandacht aan de juiste zaken besteden.’ Volgens Linda is de wil om te blijven sturen in de hele keten aanwezig. ‘We kunnen elkaar simpelweg niet loslaten. Iedereen ziet de noodzaak van een structuur waarin we elkaar blijven ontmoeten en samen signaleren wat er gebeurt. Want we zijn nooit klaar. We zien bijvoorbeeld dat de aard van de seksuele delicten verandert. Zo vragen we nu aandacht voor sextortion en het massaal slachtofferschap.’
Aart-Jan den Besten
Frontoffice Zeden
De belangrijkste geleerde les is volgens Aart-Jan gezamenlijke sturing, coördinatie en prioritering in de volle breedte. Ook de juiste inzet van de afzonderlijke lijnorganisaties is essentieel gebleken. ‘Maar de gewenste doorlooptijden hebben we nog niet gehaald. Als we die willen verbeteren, zullen we naar de voorkant van het proces moeten kijken: dan moeten we aan de instroomknoppen draaien en nog scherper prioriteren.’ Daar zijn ze bij de politie al mee bezig, zegt Gerben. ‘We hebben het Frontoffice Seksuele Misdrijven ingericht. Dit is het eerste gespecialiseerde aanspreekpunt binnen de politie voor slachtoffers van seksueel geweld en zedenmisdrijven. Het office geeft prioriteit aan de opvang en bejegening van zedenslachtoffers en legt de nadruk op de behoeften van slachtoffers, zorgvuldigheid, maatwerk en een veilige omgeving waarin deze slachtoffers zich gehoord voelen.’
Meerwaarde
‘We hebben continu te maken met schaarste’, vindt Monique. ‘Daarom moeten we vanuit de verschillende invalshoeken met elkaar blijven werken aan de beste aanpak om het slachtoffer zo goed mogelijk te helpen. Alternatieve interventies zijn daarbij nadrukkelijk in beeld.’ Linda besluit: ‘Het strafrecht komt pas in beweging nadat er een strafbaar feit is gepleegd. Bovendien is het strafrecht selectief: niet elk strafbaar feit wordt opgespoord of vervolgd en we moeten continu keuzes maken. Ik vind dat we ook kunnen leren van de zaken die we oppakken en tot een goed einde brengen: wat is belangrijk is voor de bescherming van alle mensen die slachtoffer dreigen te worden - vrouwen, meisjes, jonge jongens - en wat kunnen we doen om toekomstige slachtoffers te voorkomen? Daarin zit de meerwaarde van ons werk.’