Op dinsdag 14 april reisden zo’n 1750 professionals werkzaam in de strafrechtelijke opsporing af naar het NBC in Nieuwegein voor de zevende editie van de Landelijke Opsporingsdag (LOD): een grootschalig netwerkevenement voor de opsporing. Een terugblik op de dag die in het teken stond van samenwerken, kennisdelen en het maken van nieuwe verbindingen.
Beeld: © DSK
Op de expo presenteerde teams, programma's en organisaties hun werk en was er ruimte om met elkaar te netwerken en bij te praten.
De Landelijke Opsporingsdag (LOD) wordt jaarlijks georganiseerd door het Platform Bijzondere Opsporingsdiensten (BOD), waarin de vier bijzondere opsporingsdiensten — FIOD, ILT, de Nederlandse Arbeidsinspectie en NVWA — samenwerken met de Rijksrecherche, de KMar, de Politie en het OM. Wat inmiddels is uitgegroeid tot een drukbezochte dag voor de gehele opsporing, begon ooit kleinschalig. Onder de naam ‘BOA-dag’ was de bijeenkomst oorspronkelijk bedoeld als cursusdag voor buitengewoon opsporingsambtenaren. Met de groei van het Platform BOD veranderde ook de opzet van de dag naar een brede en inmiddels populaire ontmoetingsplek voor alle professionals uit de opsporing, vervolging en het toezicht.
Beeld: © DSK
Niels Obbink, algemeen directeur van de FIOD en voorzitter van het Platform Bijzondere Opsporingsdiensten in zijn openingswoord: " Criminelen trekken zich niets aan van organisatorische grenzen. De opsporingsdiensten moeten daarom wendbaar zijn, rechtmatig informatie delen en elkaar snel weten te vinden."
Perfectie bestaat niet
In een strak verlichte zaal heet dagvoorzitter Peggy Siep (Financieel Expertise Centrum) de aanwezigen vanaf het podium welkom. Zij roept hen op om zich vandaag kwetsbaar op te stellen. “Deel vandaag eens een fout met een ander. In ons werk voelt het namelijk vaak alsof alles perfect moet gaan. Terwijl perfectie niet bestaat.” Juist als we fouten herkennen, bespreken en omzetten, maken we organisaties beter en Nederland veiliger, stelt ze. Peggy pleit dan ook voor een cultuur waarin mensen durven zeggen dat ze iets niet begrijpen of iets verkeerd hebben gedaan. “Echte kracht zit in openheid, veerkracht en het lef om van fouten te leren.”
Daarna is het woord aan Niels Obbink, algemeen directeur van de FIOD. Hij zegt dat de opsporingsdiensten voor grote uitdagingen staan, zoals de invoering van het nieuwe Wetboek van Strafvordering, het zorgvuldig omgaan met het verschoningsrecht en de toenemende internationale en digitale complexiteit van criminaliteit. “Om hierop vooruitgang te boeken, moeten we samenwerken. Criminelen trekken zich immers niets aan van organisatorische grenzen.” De opsporingsdiensten moeten daarom wendbaar zijn, rechtmatig informatie delen en elkaar snel weten te vinden. “Benut daar deze dag voor”, sluit hij af. “Breid je netwerk uit, doe nieuwe ideeën op en word samen sterker in de strijd tegen criminaliteit.”
“Kijk niet alleen naar de bekende kopstukken, maar ook naar wat zich opnieuw ‘onder de radar’ ontwikkelt.”
Onder de radar
Misdaadjournalist John van den Heuvel neemt de aanwezigen mee in zijn loopbaan, werk en onderzoeksmethoden. Terugblikkend op de afgelopen twintig jaar is hij van mening dat Nederland de georganiseerde misdaad lang heeft onderschat. “We hebben te lang het onvermogen gehad om deze vorm van criminaliteit op tijd te bestrijden.” Nu dient zich een nieuwe uitdaging aan. Criminelen die tien, twintig jaar geleden diep in de georganiseerde misdaad zaten en daarvoor zijn veroordeeld, komen weer vrij.
John waarschuwt: “Kijk niet alleen naar de bekende kopstukken, maar ook naar wat zich opnieuw ‘onder de radar’ ontwikkelt. Criminele activiteiten worden vanuit detentie namelijk vaak gewoon voortgezet.” Het is daarbij niet alleen belangrijk dat je criminelen ‘pakt’. Je moet ook begrijpen hoe hun geldstromen lopen. Om georganiseerde criminaliteit te bestrijden, is een financiële aanpak nodig. “Financieel rechercheren is enorm belangrijk”, pleit John tot slot. “Daar zouden veel meer middelen in moeten worden geïnvesteerd.”
Beeld: © DSK
De als 'mystery guest' aangekondigde misdaadjournalist John van de Heuvel vertelde over zijn loopbaan en de opkomst van de georganiseerde misdaad in de afgelopen 30 jaar.
Lucratief en ernstig
Na een korte koffiepauze verspreiden de deelnemers zich over verschillende workshops. In dit artikel worden twee workshops uitgelicht, te beginnen bij ‘Pak de milieucriminelen!’. Hier krijgen de deelnemers een inkijkje in de wereld van milieucriminaliteit en opsporing, met moderator Catoo Lenssen van de ILT-IOD, Michiel Zwinkels, hoofdofficier van justitie bij het OM en landelijk portefeuillehouder financieel-economische criminaliteit, en Mattheus Wassenaar, inspecteur-generaal bij de ILT. Zij laten zien hoe milieucriminaliteit steeds meer uitgroeit tot een lucratieve en ernstige vorm van criminaliteit, die raakt aan natuur, leefomgeving, arbeidsomstandigheden, financiële criminaliteit en georganiseerde misdaad.
“Opsporing, toezicht, bestuursrecht en strafrecht hebben elkaar voortdurend nodig.”
Beeld: © DSK
Over de hele dag werden in drie rondes liefst 45 verschillende workshops gegeven door medewerkers en teams van de bijzondere opsporingsdiensten, KMar, politie en het OM. Deze gingen over bijzondere onderzoeken, resultaten, nieuwe opsporingstechnieken en middelen en nieuwe wetgeving.
Tegelijkertijd wordt duidelijk hoe ingewikkeld opsporing bij milieucriminaliteit is, omdat de verantwoordelijkheid hiervoor over talloze organisaties is verdeeld. Dit vraagt om een gezamenlijke aanpak vanuit de Strategische Milieukamer, waar zowel Michiel als Mattheus deel van uitmaken. Mattheus: “Opsporing, toezicht, bestuursrecht en strafrecht hebben elkaar voortdurend nodig. Alleen door vanuit al deze perspectieven te kijken, los je dit soort zaken op.” Michiel en Mattheus zijn ervan overtuigd dat partijen hun kennis, signalen én bevoegdheden moeten bundelen. Want zoals Michiel zegt: “We kunnen dit soort zaken alleen effectief aanpakken als die samenwerking goed is.”
Stevig voorbereid
Bij een andere workshop leren deelnemers alles over de totstandkoming van het nieuwe Wetboek van Strafvordering, dat in nauwe samenwerking is ontwikkeld met ketenpartners, waardoor praktijkervaring en uitvoerbaarheid voortdurend zijn meegewogen.
Ronald Verbeek, projectleider bij het ministerie van JenV, neemt hen stap voor stap mee in de opzet, de planning en de belangrijkste keuzes achter de nieuwe wetten. Een voorbeeld daarvan is de keuze voor het verruimen van de voorbereidingsperiode voor de opname van vertrouwelijke informatie (OVC). Ronald: “We zagen bij de Politie in de praktijk hoeveel tijd hiervoor echt nodig is. Dat hadden wij zelf [de beleidsmakers, red.] nooit kunnen bedenken; het is een voortvloeisel van de intensieve samenwerking.” De periode is in het nieuwe wetboek uitgebreid naar drie maanden.
Aan het einde van de sessie benadrukt Ronald dat de invoering van het nieuwe Wetboek van Strafvordering niet alleen om nieuwe regels draait. Aandacht gaat ook uit naar de mensen die ermee moeten werken. Daarbij krijgt omscholing een centrale plek: zittende medewerkers moeten worden bijgeschoold en nieuwe instromers moeten met het nieuwe wetboek leren werken. Daarvoor worden via de Opsporingscampus en de Politieacademie scholingsmodules voorbereid. Het nieuwe Wetboek van Strafvordering treedt op 1 april 2029 in werking.
Bijt je vast
Onder bezoekers bruist het enthousiasme, bij jong en oud. Een van hen, werkzaam bij de Arbeidsinspectie, is er dit jaar voor de vijfde keer bij. “Ik kom hier graag om met oud-collega’s bij te praten en nieuwe mensen te ontmoeten.” Drie jonge collega’s, nog maar kort werkzaam bij de FIOD, hopen vandaag te netwerken en daarbij nieuwe kennis op te doen. “Je komt vandaag veel mensen tegen die in de opsporing werken en waar je ervaringen mee kunt uitwisselen. Dat is heel waardevol.”
Ook een collega-rechercheur, eveneens werkzaam bij de FIOD, komt jaarlijks om te netwerken. “Ik zit al meer dan dertig jaar in het vak, dus voor mij is er niet veel nieuws te ontdekken.” De boodschap die hij zijn collega’s vanuit die jarenlange ervaring wil meegeven, is helder: “Bijt je vast in je werk. Blijf doorgaan, ook als de regels overweldigend voelen.”