Na ruim drie jaar komt er een einde aan het Actieplan versterken ketenaanpak zedenzaken. Wat heeft het actieplan opgeleverd en hoe gaan de ketenpartners nu verder? Ruim 200 zedenprofessionals reisden op donderdag 12 februari af naar het Spoorwegmuseum in Utrecht, voor het congres Versterken ketenaanpak zedenzaken. Eén ding is zeker: de gezamenlijke inzet van ketenpartners blijft hard nodig.
In de Expo van het sfeervolle Spoorwegmuseum heet dagvoorzitter Ruben Maes de aanwezigen welkom
Het is nog niet klaar
In de Expo van het sfeervolle Spoorwegmuseum heet dagvoorzitter Ruben Maes de aanwezigen welkom. Het beroemde, oude mechanische klapperbord van Utrecht Centraal en een 19e-eeuwse stoomtrein in de ruimte symboliseren beweging en vooruitgang, passend bij de toekomst van de ketenaanpak. “Ook al stoppen we nu met het actieplan, toch stopt het daar niet”, vertelt Michiel de Ridder, directeur van de Directie Strafrechtketen. “Want we zijn nog niet klaar. Er moet nog veel gebeuren.” Hij daagt alle organisaties dan ook uit om met elkaar de gezamenlijke opbrengsten van het actieplan verder te brengen, en elkaar vandaag te inspireren.
Professor Iva Bicanic
Doorbreek de afweer
Het woord is daarna aan professor Iva Bicanic. Zij is klinisch psycholoog bij het Landelijk Psychotraumacentrum in het UMC Utrecht, en recent benoemd tot hoogleraar ‘Seksueel misbruik van kinderen: gevolgen en behandeling’. Iva vertelt de aanwezigen over tien misverstanden die zij vaak tegenkomt als het gaat om seksueel misbruik. Zo is een misverstand dat het vooral meisjes en vrouwen zijn die misbruik meemaken, of dat er altijd geweld bij komt kijken. Die misverstanden moeten we doorbreken om de kloof tussen onjuiste aannames en de complexe realiteit te dichten. “Want als je handelt op basis van aannames, zullen de acties verkeerd uitpakken.”
We kunnen de kloof dichten door te beseffen en erkennen dat we een afweer voelen tegen seksueel misbruik. Iva: “We hebben de neiging om weg te kijken van de ongemakkelijke realiteit, terwijl het iets is dat heel dichtbij ons is.” Dat mechanisme zorgt ervoor dat mensen vervallen in reflexen die de situatie niet verbeteren. “Denk aan ouders die – na een groot zedenincident – massaal besluiten om kinderen niet meer uit logeren te laten gaan. Terwijl de meeste gevallen van misbruik plaatsvinden achter de eigen voordeur.” Iva ziet de aanpak van seksueel misbruik als een ‘wicked problem’ dat vraagt om een voortdurende, gezamenlijke inspanning en een grote mate van professionele bescheidenheid. Zij adviseert ketenpartners om eens een dag bij een professional van een andere discipline op stage te gaan. “Dat verbindt echt.” Zo verdwijnen misvattingen en groeit het onderlinge vertrouwen.
"We moeten het actieplan blijven vasthouden, het met elkaar blijven doen."
Bol.com-gedachte
Na de keynote van Iva is het tijd om in de resultaten van het Actieplan te duiken. Hiervoor interviewt Ruben Maes vier panelleden: Michiel de Ridder (directeur Directie Strafrechtketen), Caroline Monster (Politie), Linda Dubbelman (Openbaar Ministerie) en Aart-Jan den Besten (Directie Strafrechtketen en coördinator van het Actieplan). Aart-Jan vertelt dat er in de afgelopen drie jaar aanzienlijke vooruitgang is geboekt.
Zo is er veel geïnvesteerd in het verbeteren van de informatievoorziening richting slachtoffers. “Door mensen op de hoogte te houden over hun zaak, is de ervaren doorlooptijd korter. Hierbij hanteren we het gedachtegoed van Bol.com: je weet precies wat er gaat gebeuren met je pakket en wordt daar steeds over geïnformeerd, ook wanneer er vertraging is.”
Michiel de Ridder, Linda Dubbeldam, Caroline Monster, Aart-Jan den Besten en Ruben Maes
Ook zijn de ketenpartners erin geslaagd om zaken sneller te verwerken, en is de keten beter geworden in het selecteren van kansrijke zaken aan de voorkant.
Caroline ziet dat de structurele samenwerking tussen de partners in de zedenketen ook sterker is geworden. “Als samenwerkingspartners zitten we veel dichter bij elkaar. Regionaal en landelijk. Wel moeten we de resultaten van het actieplan blijven vasthouden. Waar het actieplan stopt, gaat de samenwerking verder.”
De volgende stap: de verbeteringen structureel borgen in de strafrechtketen. Een cruciaal instrument hierbij is de landelijke zedenmonitor, die is ontwikkeld om de prestaties en voortgang van Politie, Openbaar Ministerie (OM),Rechtspraak en andere partners systematisch te volgen. De monitor helpt om elkaar scherp te houden en bepaalde keuzes te onderbouwen – binnen de eigen organisatie maar ook naar de politiek. Zo letten ketenpartners met de monitor op bijvoorbeeld voorraden die weer oplopen, of doorlooptijden die niet verbeteren. Op deze achterblijvende resultaten spreken de ketenpartners elkaar aan, en ondernemen zij acties om de resultaten te verbeteren. De strafrechtketenmonitor blijft twee keer per jaar gemaakt worden.
Complexe afwegingen in een omvangrijke zaak
Na een lunch tussen de treinen splitsen de aanwezigen zich op in negen deelsessies. In dit artikel zijn twee sessies uitgelicht. In een sfeervolle wachtkamer – in een ver verleden bedoeld voor treinreizigers van de derde klasse - vertellen Marieke Fimerius, coördinerend zedenofficier bij het OM en Remco de Dreu, operationeel specialist bij de Politie, over het onderzoek Zuidpool: met 172 slachtoffers een van de grootste online misbruikzaken die Nederland tot nu toe.
De zaak bracht verschillende uitdagingen met zich mee. Zo bleek het voor de Politie lastig om de slachtoffers te identificeren op basis van beeldmateriaal alleen. Ook legde de enorme omvang van de zaak een groot beslag op de beschikbare rechercheurs. In de vervolging moesten strategische keuzes worden gemaakt. Zo lag de focus van het OM op de dertig vrouwen die daadwerkelijk aangifte deden, omdat in hun zaken het sterkste wettige bewijs aanwezig was.” Voor de rechtbank lag de uitdaging in het balanceren tussen de logistieke complexiteit van een ‘megazitting’ voor deze zaak en de noodzaak om een veilige, menselijke omgeving te bieden voor de vele slachtoffers.
Een omvangrijke zaak als deze vroeg dus om complexe afwegingen die Politie, OM en Rechtspraak moesten maken, op het spanningsveld tussen capaciteit, snelheid, bewijsvoering en het welzijn van de slachtoffers. Onder andere op basis van onderzoek Zuidpool hebben de zedenpolitie en het OM intern een landelijk stappenplan geschreven voor online sextortion-zaken. Dit plan beschrijft de verschillende keuzemomenten binnen een dergelijk onderzoek waarbij politie en OM steeds moeten afwegen hoe ze hun capaciteit inzetten. Het plan dient als leidraad voor soortgelijke zaken in de toekomst en bied handvatten voor dergelijke keuzemomenten.
“Door open te zijn over mijn gevoelens en delicten, kan mijn omgeving mij nu juist ondersteunen.”
Recidive voorkomen met geïntegreerde aanpak
In een andere wachtruimte nemen Sasha ter Hoeven, toezichthouder bij Reclassering Nederland, Emmy van der Leest, behandelaar bij De Waag (een centrum voor geestelijke gezondheidszorg) en ervaringsdeskundige Daniël de aanwezigen mee in de theorie en praktijk van het behandelen en begeleiden van zedendelinquenten. Sasha en Emmy vertellen dat een geïntegreerde aanpak tussen reclassering en zorg, gebaseerd op wetenschappelijke modellen zoals het Risk, Need, Responsivity-model kan bijdragen aan het verminderen van recidiverisico bij zedenzaken. Daarbij is het belangrijk om te kijken naar iemands triggers en beschermende factoren. Sasha: “Wat is de aanloop naar zo’n delict en hoe kunnen we daar in de begeleiding op letten?
Ervaringsdeskundige Daniel deelt openhartig hoe dat voor hem is geweest. Hij vertelt over de ‘tunnelvisie’ en depressies die voorafgingen aan zijn delicten, en over zijn beschermende factoren, zoals empathie en een ondersteunend sociaal netwerk. Vanuit het publiek krijgt hij de vraag wat hem het meest heeft geholpen in zijn herstel en het beheersen van zijn risico’s. “Openheid en zelfacceptatie”, antwoordt hij. “Open zijn over mijn gevoelens en delicten naar mensen die ik vertrouw. Ook al was dat niet leuk en was ik bang dat mensen weg zouden gaan, dankzij die openheid kan mijn omgeving mij nu juist ondersteunen. Ook weet ik dankzij de behandeling beter wie ik ben en wat mijn gevoelens kunnen zijn, waardoor ik ook beter weet hoe ik daarmee om kan gaan.”
Jiska Dijk, Gerda de Groot en Caroline Monster
Gezamenlijke aanpak zedenzaken: eerste resultaten
In twee pilotregio’s (Den Haag en Oost-Brabant) is er de afgelopen maanden geëxperimenteerd met een gezamenlijke aanpak in zedenzaken. Verschillende organisaties, waaronder de Politie, Slachtofferhulp Nederland, Veilig Thuis, het Centrum Seksueel Geweld (CSG) en het Openbaar Ministerie, werkten hierin nauw samen. Het hoofddoel van deze nieuwe werkwijze: het slachtoffer centraal stellen en de versnippering in het hulpverleningslandschap tegengaan. Dit wordt gedaan op drie manieren: (1) een eenduidig eerste contact met het slachtoffer via een vast format, (2) een dagelijkse multidisciplinaire triage voor casusbespreking en (3) het aanstellen van een vaste regiehouder om het proces te bewaken.
Plenair staat Ruben Maes stil bij de opbrengsten van de pilots, samen met Caroline Monster (Politie), Gerda de Groot (Centrum Seksueel Geweld), Jiska Dijk (Slachtofferhulp Nederland) en Roelieke Hilhorst (Veilig Thuis). “De eerste resultaten laten zien dat professionals met name het multidisciplinair triageoverleg heel waardevol vinden”, vertelt Caroline. “Ook ervaren zij het als iets positiefs om aan het begin van een zaak samen te komen en te kijken wat er nodig is.”
Tegelijkertijd zijn er regionaal grote verschillen. Zo ligt de regie in Den Haag vaker bij het Centrum Seksueel Geweld, terwijl de regie in Brabant vaker verdeeld is. Gerda: “Omdat regionale samenwerkingsverbanden andere uitgangspunten hanteren, is het niet eenvoudig om één ontwerp te bedenken dat overal goed werkt.” De aanpak wordt momenteel verder geëvalueerd.
Singer-Songwriter Annemarie de Bie
Hou ons scherp
Tot slot blikken Ruben Maes en Michiel de Ridder terug op de dag. We zijn er nog niet, concluderen zij, als het gaat om het sneller en betekenisvoller helpen van slachtoffers van zedenzaken en het verkorten van de doorlooptijden. Michiel: “Maar dat geeft niet, want we zijn er wel met elkaar mee bezig. Zolang we dat blijven doen, komt het goed.” Zijn oproep aan alle professionals in de strafrechtketen: “Hou ons scherp. Vertel ons wat er beter kan, want de kennis zit hier: in de zaal en binnen de strafrechtketen.” Singer-Songwriter Annemarie de Bie sluit de bijeenkomst af met een lied dat zij ter plekke schreef. Het lied vormt de rode draad van de dag. Haar boodschap: laat verdieping of verbinding niet alleen een woord zijn. Laat elke schakel die hoort bij deze trein een verlengstuk van een ander zijn.
Meer weten?
Wil je meer weten over de onderwerpen die tijdens het congres besproken zijn? Download de plenaire presentatie en de presentatie van Iva Bicanic.
Wil je meer weten over het landelijke stappenplan voor online sextortion-zaken? Neem dan contact op via expertisecentrum.kinderporno@om.nl.
Op donderdag 26 maart vindt er van 10.00 tot 11.00 uur een informatiebijeenkomst plaats, waar de resultaten op het gebied van de gezamenlijke aanpak in zedenzaken uitgebreid worden besproken. Wil je de bijeenkomst bijwonen? Stuur dan een e-mail naar nina.van.der.voort@pwc.com.
Over het actieplanHet Actieplan versterken ketenaanpak zedenzaken is in 2022 opgesteld door verschillende organisaties binnen de strafrechtketen om slachtoffers van zedenzaken sneller en betekenisvoller te helpen en de doorlooptijden van zedenzaken te verkorten. Dit werd gedaan met drie actielijnen, die inzetten op betekenisvolle interventies, het optimaliseren van werkprocessen en sturing op capaciteit en prioriteit. Er zijn diverse initiatieven in gang gezet om deze doelen te bereiken. |



