'Als je de verdediging uitsluit, loopt het spaak'

Petra van Kampen, portefeuillehouder strafrecht in de Algemene Raad van de Nederlandse Orde van Advocaten, ziet aantrekkelijke mogelijkheden in het nieuwe Wetboek van Strafvordering: minder aanhoudingen en kortere doorlooptijden. Maar tegelijk waarschuwt ze: geef alle partijen de middelen om volop aan die beweging mee te doen. 'Als de advocaat pas bij de procesinleiding in beeld komt, is hij in belangrijke mate te laat.'

Afbeelding Petra van Kampen

'Wij zijn geen ketenpartner', zegt Petra van Kampen aan het begin van het gesprek nadrukkelijk. 'Wij zijn een partner van de keten.' De advocatuur, wil ze maar zeggen, is onafhankelijk. 
Die positie klinkt door in haar observaties over de modernisering van het Wetboek van Strafvordering. 'In de praktijk gebeuren veel dingen nu niet zoals het wetboek veronderstelt', zegt Van Kampen, naast advocaat ook hoogleraar strafrechtspraktijk aan het Willem Pompe Instituut van de Universiteit Utrecht. 'De keten staat onder druk: rechters hebben te weinig tijd om zittingen voor te bereiden, officieren van justitie hebben te veel zaken onder handen, de politie heeft te weinig menskracht en de gevolgen daarvan zie je terug in het proces.'
Bij herhaling waarschuwt ze daarom: het Wetboek van Strafvordering, ook het nieuwe, is een papieren werkelijkheid. Om de kansen van het nieuwe wetboek te verzilveren, moeten alle partijen - zeker ook de strafrechtadvocatuur - de middelen krijgen om hun veranderende rol in het strafproces goed waar te maken.

Tussenfase

Een interessante gedachte vindt Van Kampen de 'beweging naar voren' in het nieuwe wetboek. 'Met de procesinleiding krijg je straks een tussenfase tussen het vooronderzoek en het onderzoek ter zitting, waarin de rechter de regie neemt over het onderzoek dat nog moet gebeuren. Als je nu aan een meervoudige kamer met drie rechters iets vraagt, moeten ze in de meeste gevallen daarop ter zitting een beslissing nemen, met zijn drieën. De gedachte in het nieuwe wetboek is: op het moment dat de officier de zaak geschikt acht voor de zitting, gaat de zaak naar de voorzitter van de MK en die kan in de aanloop naar de zitting een aantal beslissingen nemen zonder dat zijn collega's daaraan te pas komen. Dat kan buitengewoon efficiënt zijn. Wat nu op zitting moet gebeuren, kan die ene rechter straks vaak afhameren.'
Geen aanhoudingen meer op de zitting: voor zowel slachtoffers als verdachten is dat een aantrekkelijk perspectief, zegt Van Kampen. 'Het is heel vervelend als een zaak op zitting wordt aangehouden voor nader onderzoek. Dan is het reclasseringsrapport er niet of er moet nog een getuige worden opgeroepen. Je moet niet onderschatten wat het betekent als je langere tijd een strafzaak boven je hoofd hebt hangen. Zo'n zwaard van Damocles, daar kunnen de meeste mensen niet goed tegen, en hoe langer het duurt, hoe zwaarder het gaat drukken.'
Onder regie van de rechter, is het idee, kan de samenwerking in de strafrechtketen in de aanloop naar de zitting in de toekomst verbeteren. Van Kampen: 'Het inzicht dat de ketensamenwerking beter moet, komt uit de ZSM-praktijk waar al die ketenpartners samen aan tafel zitten. Daar zie je echt dat gelijktijdig gebeurt wat vroeger volgtijdelijk gebeurde. Daar zijn de lijnen korter en dat smaakt naar meer als je kijkt naar al die grote zaken.'

Zorg over toevoeging

Met die beweging naar voren komt voor Van Kampen ook de zorg over de toekomstige positie van de verdediging en de verdachte. 'Onderdeel van die beweging is het idee dat een verdachte die een raadsman of -vrouw heeft en goed geïnformeerd is over zijn rechten, vroegtijdig keuzes kan maken waaraan hij vervolgens ook kan worden gehouden. Ook een aanlokkelijke gedachte, maar dan moet je wel zeker stellen dat die verdachte vroegtijdig informatie krijgt over zijn rechten én dat hij een raadsman heeft.'
Vooral voor verdachten die niet in voorlopige hechtenis zitten, kan de praktijk verkeerd uitpakken, vreest Van Kampen. 'Bij "vrije voeters" kun je in de regel pas een toevoeging aanvragen bij de Raad voor de Rechtsbijstand op het moment dat er een dagvaarding komt. Als je in de toekomst de procesinleiding krijgt, ben je al een heel eind op weg richting zitting en moet eigenlijk bijna alles al zijn gedaan. Als de advocaat dan pas in beeld komt, is hij in belangrijke mate te laat. Als je wilt dat die verdachte in een eerder stadium rechtsbijstand krijgt, moet de advocaat veel eerder een toevoeging krijgen dan nu. Dat is nu niet geregeld. De verwachting dat doorlooptijden korter worden zal alleen uitkomen als je alle partijen in staat stelt om efficiënt en tijdig aan die beweging mee te doen. Als je de verdachte en de verdediging uitsluit, loopt het daar spaak.'

Liefdewerk oud papier

Daar komt bij dat het nieuwe wetboek een actievere rol van de advocaat veronderstelt in een eerder stadium van de zaak. Van Kampen schetst in korte halen de toevoegingspraktijk. 'Voor een politierechterzaak krijg je zes punten. Je krijgt per punt 125 euro. Totaal dus 750 euro. Pas als je achttien uren aan zo'n zaak hebt gewekt, kun je onder omstandigheden extra uren aanvragen bij de Raad. Voor een MK-zaak staan acht punten, 1000 euro, en kun je dus pas extra uren aanvragen na 24 uur aan een zaak te hebben gewerkt. En het is niet op voorhand gezegd dat je die uren krijgt. Nu al is een toevoeging voor een groot deel liefdewerk oud papier, omdat heel veel werkzaamheden van de advocaat niet onder de toevoeging vallen. Iemand wordt vastgezet, je gaat met de partner praten, je krijgt een werkgever aan de lijn, moeder belt... allemaal aspecten die niet onder de toevoeging vallen. Als je, zoals in het nieuwe wetboek, werkzaamheden naar voren verschuift, wordt dit probleem alleen maar groter. Als advocaat kun je voor 15 euro per uur niet werken... het houdt een keer op.'

Toegang tot de reclassering

Blij is Van Kampen dat verdachten in de toekomst zelf een reclasseringsrapport kunnen aanvragen, zonder tussenkomst van de officier van justitie. 'Absoluut een verbetering', zegt ze met nadruk. 'Officieren vinden het soms niet nodig om een rapportage aan te vragen, en als de officier weigert, kan de verdediging in de aanloop naar de zitting niet heel veel. Terwijl het voor de verdediging en de rechter heel belangrijk kan zijn dat iemand van de reclassering kijkt naar de verdachte en zijn omgeving. Dan moet je als advocaat zelf zaken bij elkaar zoeken of iemand in de arm nemen, maar bij een rechter komt een rapportage van de reclassering toch beter over dan het verhaal van een willekeurig persoon die ik heb geraadpleegd.'